zondag 10 februari 2013

zaterdag 9 februari 5.30 uur.

Ik word wakker en steek m’n hand uit naar links. Niks.
Een bijna lege bedhelft met een wekker, leesbril en een tijdschrift. Jan z’n bedhelft is gedegradeerd tot een royaal nachtkastje.

Vrijdag ben ik naar mijn psycholoog geweest, stof genoeg om over te praten. Aan het eind van het gesprek zegt ze: maar je doet het goed Wil, je doet het echt goed, dat moet je van me aannemen. Ze ziet dat ik moet huilen van haar compliment en zegt: Maar je koopt er niks voor hé?  Ze heeft goed geluisterd.

Er komt bijna  dagelijks post voor Jan, de eerste twee al een week na zijn overlijden. Eentje van de CZ, dat de polis is gewijzigd in verband met ….  De andere is zo bizar dat ik er om moet glimlachen, dhr. J.C.J. van Wanrooij heeft een beker Ben&Jerry’s ijs gewonnen in de postcodeloterij…
De eerste kraai is ook al gesignaleerd, een steenhouwersbedrijf biedt haar diensten aan, heel subtiel!

Ik ben deze week niet één dag helemaal alleen geweest, mijn meiden zijn er soms en lieve mensen komen bij me op bezoek. Dat is fijn.
Ik ken diverse vrouwen die het niet zo getroffen hebben met de vaders van hun kinderen. Een ervan was hier deze week en we keken in het prachtige fotoboek dat Pim en Meryam me gaven na afloop van de afscheidsdienst van Jan. En ik vertelde over de opmerking “papa staat op de plank”. Deze superlieve moeder zei iets moois: ”Jouw kinderen hebben wel 25/ 26 jaar mooie herinneringen aan hun lieve papa!”       Jan zei zelf ook ooit zo iets toen we naar “over mijn lijk” keken en een vader met kanker zagen met zijn kleine peutertje. Jan zei: ”Ik heb in ieder geval wel 26 jaar van mijn dochters kunnen genieten”.

Ik leef een beetje van hot naar haar, doe iets, zie onderweg iets liggen, ben meteen afgeleid en ga wat anders doen. In gesprekken weet ik soms ineens niet meer waar ik was. Mijn zeefje ben ik nu ook kwijt, gelukkig ligt er altijd pen en papier binnen handbereik. Ik heb maanden geen boek gelezen, kon me niet concentreren. Nu lees ik het boek van Tim Overdiek, Tranen van liefde. Ik kreeg het van Lowie en Yvonne, het is een prachtig boek, zo anders en toch zo herkenbaar. Maar ook dan lees ik een bladzijde en zet de verwarming hoger, nog een stukje en ik steek een kaars aan. Weer een paar bladzijden en ik ga thee zetten. Zitten en rust vinden is nog geen optie.

In mijn KiKablogje schreef ik op het eind iets over een appeltje wat ik te schillen heb met de uitvaartondernemer en daar werd op gereageerd. Dus ik heb dat stukje er weer afgehaald, want het ging om KiKa en om het mooie bedrag wat door Jan binnengekomen is. Over de rest schrijf ik later nog wel eens.

KiKa

Vrijdag kwam de brief van KiKa. De collectebussen die in het crematorium stonden waren ongeopend naar hen gestuurd en nu hoorden we het bedrag wat er in zat.
1219,37 euro! Dat vinden wij een prachtig bedrag en dat zou Jan zeker ook vinden.
Ik citeer uit de brief:
“Wij hebben het prachtige bedrag van 1219.37 mogen tellen. Daarvoor willen we u graag heel hartelijk bedanken. We zullen uiteraard zorgvuldig met deze donatie omgaan en ervoor zorgen dat de gift ten goed komt aan de zo belangrijke onderzoeken naar kinderkanker.
Wij vinden het heel bijzonder dat bij het overlijden van Jan van Wanrooij aan KiKa is gedacht. Het getuigt ons inziens van een enorme sociale en maatschappelijke betrokkenheid, ook bij familie, vrienden en kennissen, om in zo een moeilijke periode toch aan een ander te denken”.
En zo is dat. Toen wij lang geleden samen bespraken of Jan een kist vol bloemen wilden of liever geld voor een goed doel kwamen er twee doelen naar voren, uiteraard het KWF en KiKa.
Jan heeft duidelijke voorkeur voor KiKa uitgesproken, om redenen die voor ons allebei gelden. We hebben voldoende gehoord en gezien van kinderen met kanker om te beseffen hoe ongelooflijk zwaar zij het hebben. En dan vinden wij een kind met kanker erger dan een volwassenen met kanker. Die kan nog een beetje begrijpen wat er gebeurt en waarom al die nare dingen nodig zijn. Dan hebben we het niet over volwassenen of kinderen die overlijden aan kanker, want daar maken we uiteraard geen onderscheid in. Verdriet moet je niet meten om te vergelijken. Iedere vergelijking loopt mank.

Wij hopen dat het KiKa lukt om door onderzoek naar specifieke kinderkanker de kansen op verbetering van behandeling en genezing te vergroten.
Ik heb het enkele weken voor Jan overleed nog eens goed aan hem gevraagd; wil je nou het KWF of KiKa?   KiKa zei hij. Bij deze dus.
 

donderdag 7 februari 2013

Papa staat op de plank

Een dochter was dinsdagavond bij mij. We spraken over de mooie en lieve kaarten die ze van vriendinnen, familie en collega’s heeft gehad en dat ze die allemaal bij elkaar op een tafeltje had staan. “En de foto?” vroeg ik. “Papa staat op de plank”, zei ze. Het sneed door me heen. 25 jaar en papa is verworden tot een foto op een plank.

Ik voel mij als het beeld van Zadkine in Rotterdam; een groot gat waar mijn hart zat, de armen in wanhoop omhoog.
Ik snap het niet. We hebben zo ons best gedaan. Jan is altijd naar alle ziekenhuisafspraken gegaan, en ik met hem, en heeft alle onderzoeken ondergaan. Nare behandelingen doorstond hij zonder klagen. Spoot zichzelf 5 keer per dag, wel een miljoen keer voor mijn gevoel. Hij was altijd heel precies met zijn medicijnen. Als er een KankerKetting voor volwassenen zou bestaan….
We hebben jaren onder hoogspanning geleefd, ik heb Jan verzorgd als een Florence Nightingale, bewaakt als een pitbull. We hebben zoveel doorstaan en steeds samen weer opgekrabbeld. Ons leven stond jaren in het teken van Jan z’n ziektes. Dus ook onze vakanties, mijn werktijden, waar we heen gingen, wat we aten etc.etc. Maar waarom dan?
Maar waarom dan? Waarom “staat papa op de plank”? Waarom is Jan bij mij nog een tafeltje met foto’s, kaarsen, bloemen, z’n brilletje en z’n met plakband aan elkaar hangende telefoon?

Mijn verstand weet wel dat er geen antwoord is op deze vragen, maar mijn hart kan het niet bevatten.

dinsdag 5 februari 2013

bloemen

Jan was niet zo van de bloemen, dacht er ook niet zo heel vaak aan dat je die voor je vrouw wel eens mee kunt nemen. Het duurde ook best lang voor hij wist wat hyacinten zijn en dat hij die dus niet moest nemen omdat ik daar allergisch voor ben.
Dus als we samen zijn afscheid bespraken kwam het onderdeel bloemen niet aan de orde. Dat maakt me niks uit, ik ben er dan toch niet meer, zei hij over dat soort dingen.
Wij wilden wel graag bloemen. En een mooie kist. Geen geplastificeerde, gefineerde, met toeters en bellen. Gewoon een glad houten onbewerkte kist. Met bloemen.

Een traditioneel bloemstuk of een krans paste helemaal niet bij Jan. Het werd een knoestige oude stronk met mos, en daarop bloemen zoals iris, blauwe druifjes, viooltjes en lelietjes van dalen. Met daartussen 5 witte houten hartjes. Van ons.
Het stuk dat wij voor ogen hadden kon vast niet zomaar bij de eerste de beste bloemist gemaakt worden. Daarom kozen we voor AMBIANZE van Pascal in Kaatsheuvel. Pascal zelf was helaas ziek, ik had graag gezien dat hij het stuk maakte, want zijn vader, die ook te jong overleden is, heeft mijn Jan gekend. Maar Marlies, die het dus moest overnemen, deed het zo goed! We hebben anderhalf uur met haar gesproken om uit te leggen wat we precies wilden. Wij vinden het resultaat prachtig!
Na afloop van de dienst hebben we het van de kist gehaald en mee naar huis genomen, ’t ligt nu hier op tafel. Ik wilde zo graag iets tastbaars mee naar huis. De knoestige oude stronk is misschien het enige wat er van zal overblijven, altijd beter dan niks.

Overigens waren er meer bloemen, van mijn broer, mijn zus, en een schattig mooi minibosje van lieve mensen en een mooie Vanda namens Guusje. En een prachtig bloemstuk namens de collega’s van AlleeWonen. De meeste zijn met Jan meegegaan. Het bloemstuk ligt nu op het graf van de ouders van Jan.

huilen

Als ik opsta moet ik huilen,
Als ik naar bed ga moet ik huilen,
En daartussen in….
Als ik ’s nachts na een paar uur slapen klaarwakker ben moet ik huilen.
Het doet zo’n pijn.
Als ik z’n voicemail hoor moet ik huilen.
Als ik naar z’n laatste foto’s kijk moet ik huilen,
Die angst en wanhoop in zijn ogen.
Alles wat ik zie in huis heeft een verhaal,
Alles wat ik aanraak een herinnering.
Z’n laatste pyjamajasje, een foto van lang geleden.
De laatste dingen die hij nog at, een stukje worstenbrood, (5 halen 4 betalen knalt het in de winkel tegemoet) een minislaatje, een paar druiven.
Ik zal nooit meer druiven kunnen eten zonder aan Jan te denken.
Als ik de muziek van zaterdag aanzet moet ik huilen, als ik die muziek niet aanzet is de stilte oorverdovend.
Kom nu maar weer terug Jan, ik vind er niks meer aan zonder jou.

Gisteren ben ik maar meteen een grote meid geweest, naar de apotheek gegaan met een grote tas overtollige medicijnen waar ik op de zwarte markt vast nog een leuk bedragje voor had kunnen krijgen. En naar de supermarkt. Daar stond ik onbeschaamd nieuwsgierige vragen te beantwoorden van verre kennissen. En ik dacht braaf: ze zal het vast goed bedoelen.
De verwarming is zondagnacht op hol geslagen, dus er moet een mannetje komen om een onderdeel te vervangen. Het weerstation piepte midden in de nacht. Vraag me af of het plagerijen van Jan zijn, samen met de kapotte vaatwasser en het haperende toetsenbord van vorige week. Maar er wordt ook over me gewaakt: Toen ik boodschappen ging doen was ik vergeten het kaarsje uit te blazen dat bij Jan z’n foto’s staat en toen ik terug kwam was het uit. Niet op, ik kon het gewoon weer aansteken. Eigenlijk geloof ik daar helemaal niks van, maar ik wil het wél graag geloven. Het idee dat hij nog in de buurt is, meer dan alleen in mijn hart.

Mijn dochters hadden ook nog een mooie Jan-plagerij voor me: We hebben een lijstje voor je gemaakt mam: maandag ga je bij die eten, dinsdag bij die, woensdag….  En ze noemden allemaal mensen waarvan wij weten dat ze alleen een blik opentrekken, de frietpan aanzetten of waarbij ik zeker niet aan tafel wil zitten. Schatjes.
Toen ik het fototoestel wilde opruimen kreeg ik ruzie met de la. Die wilde niet goed dicht. Daarom trok ik de la eronder open en vond een foto van Jan. Uit het allereerste begin, compleet met leren jas. Zo zag hij eruit toen ik verliefd op hem werd en ik wist meteen weer waarom.


zondag 3 februari 2013

tja

Geen idee wat je nou in een blog zou kunnen schrijven op de dag na het afscheid van je maatje.
Behalve dan natuurlijk dat ik iedereen die er bij was graag wil laten weten dat we dat heel erg waarderen! Zoveel mensen die ons verdriet willen delen. En ook zoveel jonge mensen en kinderen, (de jongste was 4 maanden) waarvan er een aantal ook een dierbare verloren hebben. Heel lief en heel dapper!  Jammer ook dat Jan zelf niet op de eerste rij mocht zitten om alles mee te beleven. Hij had genoten.
Bij het binnenkomen van de aula werd FLY gedraaid, uit de film Intouchables, de laatste film die Jan en ik samen zagen zonder dat we de bioscoop uitmoesten omdat Jan misselijk werd. Ik koos dit nummer op ’t laatste moment vanwege de toepasselijke titel en vanwege de prachtige pianomuziek. De muziek stond helaas een beetje zacht, maar als je het nog eens beluistert (YouTube) kun je heel goed horen dat op ’t eind de muziek verandert, die wordt bizar en chaotisch. Symbolischer voor Jan z’n einde had ik me toen nog niet kunnen voorstellen.
Aan het eind van de dienst heb ik zelf iets gezegd, de tekst heb ik hieronder geplaatst.
Gelukkig hebben mijn dochters al bewezen dat Jan z’n humor ook echt in hen voortleeft: “Nou mam, morgen komt de pedicure, dinsdag de huisarts en woensdag de man die de watermeter komt vervangen, dus voorlopig heb je iedere dag nog wel even aanspraak.”
------------------- 
Hier staan we dan, dit is het moment waar we zolang tegenop zagen, en ons verdriet is te groot voor woorden. Alles wat hier vandaag gezegd kan worden is eigenlijk te weinig, ons verdriet is niet met woorden te omschrijven.
Vaak hadden we het samen al over deze dag, al toen je nog op de wachtlijst stond omdat we nog op een levertransplantatie hoopten. Het boekje dat we hiervoor invulden dateert uit oktober 2010  We kozen samen de muziek en ik vertelde je toen al dat mijn verdriet te groot zou zijn voor woorden. Ook de foto van jouw kaart hebben we al heel lang, hij is gemaakt toen we in de herfstvakantie van 2011 op de Veluwe waren. We hadden het erover samen, maar we hadden geen idee waar we het over hadden, we konden er ons geen voorstelling van maken. En we wilden het ook niet.

Wat waren we bang, boos en verdrietig toen we hoorden dat er voor jou geen kans meer was, dat we niet samen oud zouden worden. Wat een schril contrast met het geluk wat we voelden toen we elkaar leerden kennen, bijna 30 jaar geleden,
En wat een enorm contrast met het geluk dat we kenden toen we onze meiden kregen. Toen jij vader was geworden heb je de hele terugweg in de auto vanaf het ziekenhuis zitten zingen van geluk. En toen je wéér vader werd brak je de lamellen van het raam van de verloskamer af van de zenuwen.
Ze lijken op jou Jan, ze zullen me altijd aan jou herinneren, met hun onhandigheid, hun bruine ogen, het getraind lichaam waar je “hilt jaar plezier van het” en dyslexie, maar ook met hun humor en maatschappelijk betrokkenheid, organisatietalent, behulpzaamheid en hun grote hart. [Wat hebben zij mij er doorheen gesleept de afgelopen periode]
Je was een super-betrokken vader, je was een van de eerste mannen in Kaatsheuvel die achter de kinderwagen wandelde. Je had al een papadag vóór iemand dat begrip kende.

Twee dingen springen eruit als ik me afvraag waar ik in eerste instantie op viel: jouw lieve bruine ogen én natuurlijk jouw humor. Diezelfde humor was af en toe voor mij ook tenenkrommend. Dan flapte je er weer eens iets uit en dan hoopte ik maar dat degene waar je mee sprak begreep dat het een grapje van je was, want eigenlijk kon het echt niet wat je soms zei. Maar toch zal het diezelfde humor zijn die iedereen die jouw gekend heeft zal herkennen.
Dan vertelde je dat je een heel goed nieuw dieet had, het ananas dieet. Dat liet je even bezinken en dan voegde je er aan toe: Dan mag je alles eten, behalve ananas.
En als er veel kinderen op een verjaardagsfeestje bij ons waren vertelde je ze dat ze maar gauw naar de Maas moesten gaan bij ons in de wijk, want daar kwamen Bassie en Adriaan optreden.
En als je eens te laat op je werk kwam zei je: Ja, ik ben te laat, maar ik zal het wel compenseren hoor. Ik ga ook weer te vroeg weg.    En je kwam er nog mee weg ook, het werd gewoon van je geaccepteerd.

Het was niet altijd makkelijk om met jou samen te zijn Jan. Een mens wil nou eenmaal wel eens ruzie kunnen maken met degene die het dichtste bij is. Met jou kon dat niet, je raakte er van in paniek en zei precies wat je niet wilde zeggen en deed precies wat je beter niet kon doen.
Maar tegelijkertijd waren we samen een goed team, we regelden samen de leukste kinderfeestjes, een gezellige familiedag, we trokken samen ten strijde tegen de middelbare school die totaal geen begrip had voor de zwakke kanten van een dochter, en we hielpen onze dochters als ze wéér eens van kamer gingen wisselen..
Je regelde ook overal mannetjes voor, schilders, iemand voor de verwarming, mannetjes voor de tuin, en als er weer eens een dochter verhuisd moest worden, altijd kreeg jij het voor elkaar dat mensen ons te hulp schoten.
Ook toen je zelf niet veel meer kon.

We hebben geprobeerd om met de foto’s die hier getoond worden een beeld te geven van jouw leven. De meeste foto’s zijn in chronologische volgorde en dat geeft een vreemd beeld, op de ene foto lig je in het ziekenhuis en op de volgende stap je weer vrolijk rond. Toch was dát de werkelijkheid, na iedere tegenslag probeerde je met ons samen er weer bovenop te komen en weer vooruit te kijken, maar niet te ver…..
Ook toen de ziekenhuisopnames kort op elkaar volgden en ook als vakanties of weekendjes uitgesteld, afgezegd of onderbroken moesten worden vanwege jouw slechte gezondheid. We probeerde steeds weer opnieuw leuke dingen te plannen ook al kwam de lat iedere keer lager te liggen.

Het was extra zwaar voor je dat in die periode jouw moeder ziek werd en uiteindelijk in augustus overleden is, je probeerde er met jouw beperkte energie nog wel te zijn voor haar. En eigenlijk was je ook blij dat zij eerst ging, omdat je haar het verdriet van het verliezen van haar zoon wilde besparen.

De laatste maanden werden steeds moeilijker, je lag meer en meer in bed en ging alsmaar sneller achteruit.
Maar je wilde nog zo graag. Met de dingen die je altijd voor onze dochters regelde bleef je je tot het laatste toe bemoeien. Dan zat er een dochter huilend op je bed en dan vroeg jij of ze die brief van de CZ nou al gehad had. Je wilde nog zo graag hun papa zijn en mijn maatje.

Vanaf vandaag leef jij verder in mijn hart, en kijk jij mee door mijn ogen. Vanaf vandaag zal ik voor twéé mensen van onze kinderen houden, ik zal een moeder én een vader voor ze zijn en later een oma én een opa. Juist nu je er niet meer bent zul je altijd om mij heen zijn, dichterbij dan ooit.

Niet alle muziek van vandaag is door jou gekozen Jan, het nummer van Coldplay komt van mij. Daar staat één regel van op jouw rouwkaart; vrij vertaald: Niemand zei dat het makkelijk was, maar niemand heeft ooit gezegd dat het zó moeilijk zou zijn.


vrijdag 1 februari 2013

dragen

Meteen na het opstaan heb ik mijn tekst voor zaterdag weer geoefend. Hardop in de stille donker kamer, terwijl ik de hand van Jan vasthoud. Dat laatste zal helaas zaterdag niet kunnen.

Ik heb besloten dwars door het verdriet heen te gaan, ik ga niks uit de weg, kijk nu al foto’s, zet soms een stukje muziek aan. Op mijn telefoon heb ik een heel klein filmpje waarop Jan heerlijk zit te lachen. Op dat moment kietelde ik hem onder zijn voeten, maar dat zie je niet. Toen ik gisteravond als laatste hier beneden zat heb ik er naar gekeken. Prachtig.

We zijn vanaf Jan z’n overlijden aan een stuk door in de regelstand. We hebben veel tijd en energie besteed aan alles rondom de crematie, want we willen heel graag dat het een Jan-waardig afscheid wordt.
Maar wat worden we gedragen de afgelopen dagen. We krijgen zoveel lieve kaarten, smsjes, bloemen, en bezoek. En een prachtig stuk in het plaatselijke krantje. Heel mooi om te zien. Geheel in stijl van Jan zeggen we dan uiteindelijk:  Maar ge het er niks aan. Of:  Ge koopt er niks vor.  Waarmee we bedoelen dat Jan er niet door terugkomt.  En dat is natuurlijk zo, Jan komt niet terug, maar afgezien daarvan hebben we er zeker wel iets aan, we voelen ons gedragen. Mensen dragen een heel klein stukje verdriet voor ons mee.
2 mensen zijn ons in het bijzonder tot steun nu; Pim, die alle foto’s en muziek heeft gecombineerd en nu uitprobeert, en nog eens test en nog eens. Zelfs tot in het crematorium. Dat hadden we zelf in deze dagen nooit zo voor elkaar gekregen. En Willemien.    Willemien gaat de afscheidsdienst begeleiden. Ze heeft daar al met Jan en mij samen over gesproken en nu is ze daar al de hele week mee bezig. En ze doet dat met zoveel hartelijkheid, zoveel ervaring en vooral zoveel rust dat wij er alle vertrouwen in hebben dat zij er ons zaterdag helemaal doorheen gaat loodsen.

Natuurlijk trad de wet van Murphy ook onmiddellijk weer in werking, zo gaat dat bij ons.
Het toetsenbord van de computer stopte er mee en ik kon 2 dagen alleen met de muis en het schermtoetsenbord typen. Dan valt er weinig te bloggen, terwijl er wel heel veel te vertellen is. En daarna stopte de vaatwasser ook maar. Ik heb meteen de telefoon gepakt en een nieuwe besteld. (ik heb wel even de situatie uitgelegd; dat als die monteur vanmiddag komt en hij zegt: dag meneer van Wanrooij , hij maar niet moet verwachten dat die iets terug gaat zeggen.) Ik gok nu op de wasmachine of de tv.

Er zit deze week wel een rem op mijn tranen merk ik, ze komen wel, maar de sluizen gaan zelden vol open. Er is geen tijd en ruimte voor. Ondanks alle plannen die al lang in de kast lagen voor zaterdag moeten we toch nog veel bedenken en beslissen. En we krijgen veel bezoek. Gisteren ging om 9.00 uur de deur voor het eerst open en na het laatste bezoek van 21.30 uur weer dicht. We zijn erg blij dat we vandaag een redelijk rustige dag hebben, dat we daar afgelopen zondag in onze planning al rekening mee gehouden hebben. Eigenlijk was er afgezien van het kapotte toetsenbord toch al geen tijd om te bloggen dus, en mijn concentratie is onder het nulpunt gezakt. Maar in de komende periode zullen er vast steeds weer flarden naar boven komen, en wie weet schrijf ik ze nog op.

Terwijl alle drukte samen met alle emoties over ons heel rollen staat Jan hier in de kamer. Hij straalt rust uit, iets te veel naar mijn zin. Ik heb al zo vaak gezegd dat hij er maar eens vanaf moet komen omdat het nu wel lang genoeg geduurd heeft. Maar ja, eigenwijs hé.