zondag 24 februari 2013

vier weken

Gisteravond was het precies vier weken geleden dat Jan overleden is. Vier weken, het lijkt soms al een eeuwigheid, en soms voelt het als gisteren. Tijd genoeg om nog eens terug te kijken.
Tot mijn verbazing besef ik dat we de week ná Jan z’n overlijden veel grapjes maakten en veel gelachen hebben. Ook veel gehuild hoor. Maar nu vind ik het toch allemaal een stuk minder grappig. Het besef van nooit meer komt met hele kleine stukjes binnen. De pijn die daarmee gepaard gaat komt niet in kleine stukjes. Met het besef dat langzaam groter wordt, wordt het verdriet zeker niet kleiner.
Nooit meer een aai over zijn kriebelbaard. Onbegrijpelijk. Onvoorstelbaar. Nooit meer hand in hand.

Nog één week en we mogen Jan weer ophalen. Tenminste, wat er van over is. De markante man met humor, zoals hij in vele stukjes getypeerd werd, de medisch moeilijke maar interessante man, zoals ze hem in het Erasmus noemden, is gereduceerd tot een hoopje as.
Precies op zijn verjaardag, 2 maart, komt dat hoopje as naar huis. Nog iets voor bij op het tafeltje met foto’s, kaarsen, brilletje en telefoon. En ik wil helemaal geen hoopje as, ik wil gewoon mijn Jan!
Ik kan ook geen weg vinden tussen mijn huis en ons huis, onze meiden en mijn meiden, wij hebben of ik heb, wij gaan of ik ga. In mijn hoofd is nog niet alles op z’n plek gevallen.

We proberen toch ook weer vooruit te kijken, mijn dappere meiden en ik. We maken al wat plannetjes om leuke dingen te gaan doen, omdat we dat nodig hebben, ik in ieder geval wel, om me aan vast te houden.
Toen Jan nog bij ons was maakten we ook nog zo lang mogelijk plannen voor leuke dingen. Met een donker randje er omheen, zeiden we toen. Voor mijn gevoel zit er nu een dikke zwarte balk omheen.



donderdag 21 februari 2013

10 minuten

Boodschappen doen, 2 ons boontjes….. au!
Ik besluit ze op te eten met een frietje stoofvlees want daar heb ik zin in. Nog voor ik thuis ben met de friet heb ik al spijt want ik zie het ineens haarscherp voor me: een paar weken geleden haalde ik ook friet, voor een dochter en mezelf. Jan at nog maar minihapjes maar zat voor de gezelligheid wel tegenover me aan tafel. In zijn pyjama en met z’n haar rechtovereind. Af en toe reikte ik hem een frietje met stoofvlees aan. Ik was blij dat hij zo nog wat binnenkreeg en blij dat hij van die paar frietjes genoot.
Wat zou ik er voor over hebben als ik zo nog eens mijn friet met hem kon delen. 10 minuten per dag en ik zou al zó blij zijn.

Gisteren moest ik bloed laten prikken vanwege mijn diabetes en ik denk aan al die keren dat Jan dat moest. En aan de mega-blauwe plekken die hij er door kreeg. Overal behalve in het Erasmus MC moest hij discussie voeren met degene die hem prikte. Vanwege veel te weinig trombocyten had hij grote kans op nabloedingen en dus wilde hij altijd een strak verbandje in plaats van een pleister.
Ik vind het maar niks in het hokje van de prikdienst en zeg dat ook meteen.

Thuisgekomen bel ik met de assistente van mijn huisarts. De hypotheekverstrekker wil een verklaring van de arts die de dood van Jan heeft vastgesteld, maar dat was een arts van de huisartsenpost. (en toen die kwam was ik in discussie met de uitvaartondernemer, een discussie die anderhalf uur duurde) De assistente weet niet zeker of ze de goede arts weet, dus adviseert ze me te bellen naar de huisartsenpost. Doe ik. Die zijn er dus niet overdag. Dus ik bel naar het centrale kantoor. Daar moet eerst overlegd worden of deze informatie gegeven mag worden en ze zullen me ’s middags terugbellen. Niet dus.
Maar geen nood: ’s avonds is de huisartsenpost wél open en ik bel hen en ik krijg de informatie die ik vraag. Eerst wordt Jan z’n geboortedatum gevraagd. Oei, zo jong nog, klinkt het aan de andere kant.
De volgende ochtend word ik gebeld door iemand van het centrale kantoor van de huisartsenpost. Zij snapt niet waarom ik met dit soort vragen lastig gevallen word. Ik ook niet, dus ik geef  haar het telefoonnummer van de hypotheekbank. Ze belt meteen, want nog geen tien minuten later wordt ik door de hypotheekverstrekker gebeld. Ik hoef me niet ongerust te maken zegt die. Dus ik leg uit dat ik dat helemaal niet doe. En ik vertel hem ook nog even dat ze beter kunnen vragen naar de naam van de eigen huisarts op dat formulier. Die weet n.l. iedereen zo te vertellen en daar kan ook de nodige informatie gehaald worden. Het is even stil aan de andere kant van de lijn. Ja, zegt hij dan, gevolgd door weer een stilte. Ik hoor hem denken, verrek, die vrouw heeft gewoon gelijk. En hij biedt zijn excuses aan. Das mooi, nou nog even die formulieren aanpassen beste hypotheekmeneer.

Met de uitvaartverzorger heb ik nog een appeltje te schillen, eigenlijk wel een hele fruitschaal. De meeste punten die misgingen hebben vooral met communicatie te maken, en met empathie. Volgens mij moeten beide optimaal zijn als je in die branche gaat werken. Dinsdag komt er iemand hierheen, eens kijken hoe ze dit gaan oppakken…
En morgen mag ik naar de bank waar Jan een rekening had, ik hoef mij niet te vervelen. Gelukkig gaat er een dochter mee, want aan mijn zeefje heb je nog niet zo veel.

maandag 18 februari 2013

Wiebelig

“Hoe gaat het?”  De meest gestelde vraag op dit moment. En ik weet het antwoord niet.
Verstandelijk kan ik dingen wel beredeneren, maar de rest van mij werkt daar niet aan mee.
Ik snap het gewoon niet.
Als ik foto’s kijk van 2 maanden geleden dan zit Jan naast me op de bank. En nu? Waar is hij nu dan?
Ik voel me vooral wiebelig. Onrustig en letterlijk en figuurlijk wiebelig. Met de flexibiliteit van een plank. Vanmiddag zou er iemand op bezoek komen. Toen ze meer dan een uur na de afgesproken tijd er nog niet was en eindelijk op mijn smsje reageerde bleek dat zij een andere datum in haar agenda had staan…  Ik maak alleen nog maar afspraken met de agenda in mijn hand want ik weet dat ik daar nu niet goed in ben, dus ik weet zeker dat het niet aan mij lag. Ik merk dat ik dit soort situaties nu niet goed kan hebben.
Op mijn tablet heb ik een relax-app. Die heb ik vanmiddag na lange tijd maar weer eens aangezet. Ik wordt dan 10 minuten toegesproken door een rustige stem, die zijn kalmte op mij probeert over te brengen. Binnen 3 seconden rolden de tranen over mijn wangen.
Slapen gaat soms goed en soms is het gewoon een ramp. Als ik iets te veel in de piekerstand schiet dan kan ik gerust uren wakker liggen, of ik nou wel of geen slaappil op heb.
En er zijn zo ontzettend veel stomme regeldingen waar ik helemaal geen zin in heb maar die gewoon moeten:
Belastingdienst, minimaal 6 brieven al gehad sinds 26 januari.  Pensioenfonds van Jan idem. De ziektekostenverzekering eist achterstallig geld en het kost de nodige mailtjes en hulp van AlleeWonen voor alles geregeld is. De parkeerkaartmeneer zeurt dat die kaart niet ongeldig gemaakt kan worden en dus echt terug moet. (Ik heb gezegd dat ik hem niet kan vinden, maar dat zal wel geen oplossing zijn…) GroenLinks heb ik via een automatisch formulier op hun site verzocht Jan z’n naam uit hun systeem te halen en uitgelegd waarom. Krijg ik als reactie: Wat jammer dat je je lidmaatschap opzegt, mocht je je nog bedenken….
Ik moet een afspraak maken om de as van Jan op te halen. Ik moet de bankrekening van Jan omzetten en daarvoor heb ik een afspraak bij de bank. Mijn dochters hebben mij leren internetbankieren op Jan z’n rekening, heel anders dan die van mij. De uitkering van Jan bij het UWV moet stopgezet. Ik moet een eenmalige nabestaandenuitkering aanvragen. De verzekeringen en de hypotheekbank heb ik moeten informeren. Die laatste zal nog wel e.e.a. van me nodig hebben. Ik krijg brieven van CAK, SPW, SVB en nog een paar andere afkortingen. Ik vergeet al weken mijn urenbrief voor het werk in te vullen. Ik verstuur bedankjes aan de mensen die gesproken hebben tijdens de dienst.
En, het minst belangrijk, maar je weet maar nooit: de Postcodeloterij moet op mijn naam komen. Stel dat ze een miljoen komen brengen dan wil ik toch echt wel een eigen kindertehuis kunnen beginnen ofzo.

Daar tussendoor wandel ik met lieve mensen in het bos, krijg ik bezoek, en ga ik ook zelf al op bezoek. Mezelf hier thuis opsluiten lijkt me niet zo’n goed idee. Ga ik me vast niet beter van voelen. Mijn dochters proberen in hun vrije tijd veel bij mij te zijn en gezellige dingen te doen. Triviant van me winnen bijvoorbeeld. Of lunchen na een boswandeling. Ze zijn zo lief dat ik Jan alleen nog maar meer mis.
Ik wiebel en ik vraag me af of ik me ooit nog normaal zal voelen.

donderdag 14 februari 2013

Valentijnsdag


 Shit zeg!!


Albert zei tijdens de afscheidsdienst van Jan: “Die twee vierden heel het jaar door Valentijnsdag!”
Ik denk dat hij wel beter weet.

Vicky ( 4 jaar) mocht een kaars aansteken bij het begin van de dienst. Ze had dus Jan z’n  kist eens goed kunnen bekijken. Het schijnt dat ze gezegd heeft: “Hadden we nu maar een zaag meegenomen, dan konden we de kist openzagen en Jan eruit halen”.
Dat ik daar nou niet op gekomen ben…

Ik ben vandaag weer heel braaf geweest, na de nodige tips en hulp van mijn broer heb ik zo ongeveer de hele middag besteed aan het mailen en bellen met instanties, invullen van papieren, alles netjes kopiëren en, zoals Jan dat ook altijd deed, ieder belangrijk papier apart in een plastic hoesje in een ordner stoppen. Jan zou trots op me zijn. En als AlleeWonen failliet gaat, dan weet ik waardoor; in iedere stapel vind ik een berg van die plastic hoesjes…


woensdag 13 februari 2013

woensdag 13-02

De Thebe wil nog iets van ons weten; “Uw dochter zei gisteren aan de telefoon dat het bed al opgehaald is op 27 januari, maar dat is op een zondag??”
Dus leg ik ze braaf uit dat dat inderdaad op een zondag was omdat we van dat bed af wilden. En dat het me verbaast dat ze bellen want dat was gisteren ook al uitgelegd. De mevrouw aan de andere kant legt uit dat het dus een “spoedje” was en dat die er in de administratie wel eens tussen door glippen. Ben benieuwd of ik die smoes bij instanties ook kan gaan gebruiken…

Op het moment dat ik net goed bezig ben met het doorworstelen van stapels papieren word ik weer keihard in mijn maag gestompt. De post: een brief van het crematorium over de asbestemming. Ik moet binnen een maand laten weten wat ik wil en kan volgens de brief kiezen uit 4 opties. Ik weet meteen wat ik wil: weer in elkaar zetten, tot leven wekken en dan vlug naar huis sturen, want zijn vrouw kan hem niet missen!    Die staat er niet bij…
En een brief van de gemeente, of ik even wil zorgen dat Jan z’n gehandicaptenparkeerkaart binnen drie weken teruggestuurd wordt.
Dan ben ik meteen terug in de zomervakantie op dat weiland waar we moesten parkeren, waar was dat toch ook al weer?   “Cor”, klonk er keihard en wildgebarend riep de man weer: ”Cor, een gehandicapte, een gehandicapte Cor”.

Als ons deze ramp niet overkomen was zou ik nu met Jan op een van onze geliefde plekjes in het bos wandelen en genieten van de iele winterzon. In plaats daarvan zoek ik nu die godverdommese parkeerkaart!    Na lang zoeken heb ik hem gevonden. Hij zat al in de bewaartrommel.
Toen Jan z’n moeder overleed heb ik een mooie oude broodtrommel uit haar inboedel gekozen en daar stop ik nu herinneringen in. Daar had ik die kaart al in gedaan en dat was ik natuurlijk meteen weer vergeten….
Het is niet te hopen dat er veel instanties komen die mij mijn herinneringen willen afpakken.


dinsdag 12 februari 2013

geheugen

Mijn geheugen is met Jan mee gegaan.  Als ik je vergeet te bedanken voor jouw mooie kaart, je lieve gedicht, de reactie op mijn blog, voor je mooie bloemen etc.  weet dan dat het aan het gat in mijn geheugen ligt. Maar dat ik wel alles gezien en gehoord heb en alles als een cadeautje ervaren heb.

Dinsdag 12 -02
Het lijkt wel alsof er af en toe een mistvlaag optrekt en dan is er een heel klein stukje besef van nooit meer… en dat voelt niet als een verbetering.
Soms gaat het even goed, als ik druk bezig ben bijvoorbeeld. En soms is het helemaal niks. Maar ik wil niet de hele dag alleen maar druk bezig zijn, en sowieso ben ik dan steeds net een kip zonder kop. Ik spreek mezelf toe dat het beter wordt, nou nog gaan geloven…
(Tim Overdiek schreef het vóór in het boek dat ik kreeg: “Het wordt straks weer beter, echt waar”. Zou hij het wél geloven?)
En ik spreek een dochter toe: “Je mag komen zo vaak je maar wilt, maar het moet niet. Ik moet er aan wennen alleen te zijn en jij moet er aan wennen iets leuks met anderen te gaan doen terwijl ik misschien wel alleen ben”.
Dat is de harde waarheid waar we nu in zitten. Ik wil ook niet alleen maar weg zijn, op pad, op zoek naar… Ik wil graag de rust in mijn eigen huis en vooral in mezelf terugvinden. Bovendien is mijn energielevel zó laag. De eerste week na Jan z’n dood ging in een roes. De tweede week kwam de vermoeidheid pas tevoorschijn. Vermoeidheid van jaren onder hoogspanning, alleen maar zorgen om en zorgen voor. Nu, in de derde week, komen er allerlei regeldingen op mij af, ik schrijf alles 3 keer op om niks verkeerd te doen. Maar meteen komt dan ook de onnozelheid van veel instanties om de hoek: een brief van de Thebe bijvoorbeeld; het geleende bed moet terug voor begin mei. Het bed IS al lang opgehaald!
Gelukkig komt mijn broer morgen, dan gaan we samen de opgestapelde post van 3 weken wegwerken, formulieren invullen, instanties benaderen. Allemaal dingen waar ik niet op zit te wachten, maar die wel moeten.

Als ik teruglees vind ik het een blogstukje van niks! Past dus uitstekend bij de situatie waar ik nu in zit.

maandag 11 februari 2013

Monty Python

Monty Python

In de week tussen Jan z’n overlijden en zijn afscheid waren de situaties hier thuis soms zo vreemd dat ik er toch even over moet schrijven. Soms had ik het gevoel dat we in een film van Monty Python zaten, in een slechte versie wel te verstaan.
Op woensdag (denk ik, zeefje) ging de vaatwasser kapot. Die was oud en pas kapot geweest dus ik belde meteen iemand om een nieuwe te komen plaatsen. Ik vroeg nog netjes of het deurtje er dan op gemonteerd kon worden, want anders past het niet bij de rest van de keuken. Jan hoor, dat kon. De meneer en de vaatwasser zouden de volgende dag komen, om 13.00 uur. Tussen alle bezoektijden door moest dat net lukken. Donderdag tegen 13.30 was er nog niemand te zien en om 14.00 zou er al weer bezoek komen. Dus ik gebeld. Zegt de goeie man dat hij er aan komt, en dat hij wat verlaat is omdat hij de hele nacht in het ziekenhuis bij zijn zieke schoonvader heeft moeten waken. Toen de nieuwe vaatwasser eenmaal gearriveerd was bleek het deurtje er toch niet op te passen, nieuw model, ander formaat. En ik had het nog gevraagd… Maar geen nood, de monteur zou wel even proberen de oude aan de praat te krijgen zodat we alle koffiekopjes van het bezoek toch weer konden verwerken. Dat lukte niet, maar gaf wel een fraai beeld. Het bezoek was er al en vanaf de plek waar ik zat zag ik aan de ene kant de benen van Jan die in de huiskamer opgebaard lag. Aan de andere kant zag ik de benen van de monteur die voor mijn vaatwasser lag….
Na wat gezwoeg bleek ook plan B niet te lukken, dus toen kwam plan C. Er stond nog een oude kapotte vaatwasser bij de leverancier, die kon gerepareerd en voorlopig bij mij geplaatst. Dan zou ik later op mijn gemak een nieuw, wel passend model uit kunnen zoeken. Oké, plan C dus. En kon dat dan ook tussen al het bezoek door? Ja hoor, dat kon. Aan het einde van de middag, wij zaten aan tafel pannenkoeken te eten (had ik n.l. ineens zin in), de benen van de vaatwasmachinereparateur lagen weer achter mij in de keuken waar ook nog een dochter te bakken stond. De leenmachine werd geplaatst. Het klusje was bijna geklaard toen de telefoon van de monteur ging. Ja, ik kom er aan, was het enige wat hij zei. Wij zijn er van overtuigd dat hij op dat moment gebeld werd dat zijn schoonvader overleden was. Ik verzin het niet.