zondag 3 februari 2013

tja

Geen idee wat je nou in een blog zou kunnen schrijven op de dag na het afscheid van je maatje.
Behalve dan natuurlijk dat ik iedereen die er bij was graag wil laten weten dat we dat heel erg waarderen! Zoveel mensen die ons verdriet willen delen. En ook zoveel jonge mensen en kinderen, (de jongste was 4 maanden) waarvan er een aantal ook een dierbare verloren hebben. Heel lief en heel dapper!  Jammer ook dat Jan zelf niet op de eerste rij mocht zitten om alles mee te beleven. Hij had genoten.
Bij het binnenkomen van de aula werd FLY gedraaid, uit de film Intouchables, de laatste film die Jan en ik samen zagen zonder dat we de bioscoop uitmoesten omdat Jan misselijk werd. Ik koos dit nummer op ’t laatste moment vanwege de toepasselijke titel en vanwege de prachtige pianomuziek. De muziek stond helaas een beetje zacht, maar als je het nog eens beluistert (YouTube) kun je heel goed horen dat op ’t eind de muziek verandert, die wordt bizar en chaotisch. Symbolischer voor Jan z’n einde had ik me toen nog niet kunnen voorstellen.
Aan het eind van de dienst heb ik zelf iets gezegd, de tekst heb ik hieronder geplaatst.
Gelukkig hebben mijn dochters al bewezen dat Jan z’n humor ook echt in hen voortleeft: “Nou mam, morgen komt de pedicure, dinsdag de huisarts en woensdag de man die de watermeter komt vervangen, dus voorlopig heb je iedere dag nog wel even aanspraak.”
------------------- 
Hier staan we dan, dit is het moment waar we zolang tegenop zagen, en ons verdriet is te groot voor woorden. Alles wat hier vandaag gezegd kan worden is eigenlijk te weinig, ons verdriet is niet met woorden te omschrijven.
Vaak hadden we het samen al over deze dag, al toen je nog op de wachtlijst stond omdat we nog op een levertransplantatie hoopten. Het boekje dat we hiervoor invulden dateert uit oktober 2010  We kozen samen de muziek en ik vertelde je toen al dat mijn verdriet te groot zou zijn voor woorden. Ook de foto van jouw kaart hebben we al heel lang, hij is gemaakt toen we in de herfstvakantie van 2011 op de Veluwe waren. We hadden het erover samen, maar we hadden geen idee waar we het over hadden, we konden er ons geen voorstelling van maken. En we wilden het ook niet.

Wat waren we bang, boos en verdrietig toen we hoorden dat er voor jou geen kans meer was, dat we niet samen oud zouden worden. Wat een schril contrast met het geluk wat we voelden toen we elkaar leerden kennen, bijna 30 jaar geleden,
En wat een enorm contrast met het geluk dat we kenden toen we onze meiden kregen. Toen jij vader was geworden heb je de hele terugweg in de auto vanaf het ziekenhuis zitten zingen van geluk. En toen je wéér vader werd brak je de lamellen van het raam van de verloskamer af van de zenuwen.
Ze lijken op jou Jan, ze zullen me altijd aan jou herinneren, met hun onhandigheid, hun bruine ogen, het getraind lichaam waar je “hilt jaar plezier van het” en dyslexie, maar ook met hun humor en maatschappelijk betrokkenheid, organisatietalent, behulpzaamheid en hun grote hart. [Wat hebben zij mij er doorheen gesleept de afgelopen periode]
Je was een super-betrokken vader, je was een van de eerste mannen in Kaatsheuvel die achter de kinderwagen wandelde. Je had al een papadag vóór iemand dat begrip kende.

Twee dingen springen eruit als ik me afvraag waar ik in eerste instantie op viel: jouw lieve bruine ogen én natuurlijk jouw humor. Diezelfde humor was af en toe voor mij ook tenenkrommend. Dan flapte je er weer eens iets uit en dan hoopte ik maar dat degene waar je mee sprak begreep dat het een grapje van je was, want eigenlijk kon het echt niet wat je soms zei. Maar toch zal het diezelfde humor zijn die iedereen die jouw gekend heeft zal herkennen.
Dan vertelde je dat je een heel goed nieuw dieet had, het ananas dieet. Dat liet je even bezinken en dan voegde je er aan toe: Dan mag je alles eten, behalve ananas.
En als er veel kinderen op een verjaardagsfeestje bij ons waren vertelde je ze dat ze maar gauw naar de Maas moesten gaan bij ons in de wijk, want daar kwamen Bassie en Adriaan optreden.
En als je eens te laat op je werk kwam zei je: Ja, ik ben te laat, maar ik zal het wel compenseren hoor. Ik ga ook weer te vroeg weg.    En je kwam er nog mee weg ook, het werd gewoon van je geaccepteerd.

Het was niet altijd makkelijk om met jou samen te zijn Jan. Een mens wil nou eenmaal wel eens ruzie kunnen maken met degene die het dichtste bij is. Met jou kon dat niet, je raakte er van in paniek en zei precies wat je niet wilde zeggen en deed precies wat je beter niet kon doen.
Maar tegelijkertijd waren we samen een goed team, we regelden samen de leukste kinderfeestjes, een gezellige familiedag, we trokken samen ten strijde tegen de middelbare school die totaal geen begrip had voor de zwakke kanten van een dochter, en we hielpen onze dochters als ze wéér eens van kamer gingen wisselen..
Je regelde ook overal mannetjes voor, schilders, iemand voor de verwarming, mannetjes voor de tuin, en als er weer eens een dochter verhuisd moest worden, altijd kreeg jij het voor elkaar dat mensen ons te hulp schoten.
Ook toen je zelf niet veel meer kon.

We hebben geprobeerd om met de foto’s die hier getoond worden een beeld te geven van jouw leven. De meeste foto’s zijn in chronologische volgorde en dat geeft een vreemd beeld, op de ene foto lig je in het ziekenhuis en op de volgende stap je weer vrolijk rond. Toch was dát de werkelijkheid, na iedere tegenslag probeerde je met ons samen er weer bovenop te komen en weer vooruit te kijken, maar niet te ver…..
Ook toen de ziekenhuisopnames kort op elkaar volgden en ook als vakanties of weekendjes uitgesteld, afgezegd of onderbroken moesten worden vanwege jouw slechte gezondheid. We probeerde steeds weer opnieuw leuke dingen te plannen ook al kwam de lat iedere keer lager te liggen.

Het was extra zwaar voor je dat in die periode jouw moeder ziek werd en uiteindelijk in augustus overleden is, je probeerde er met jouw beperkte energie nog wel te zijn voor haar. En eigenlijk was je ook blij dat zij eerst ging, omdat je haar het verdriet van het verliezen van haar zoon wilde besparen.

De laatste maanden werden steeds moeilijker, je lag meer en meer in bed en ging alsmaar sneller achteruit.
Maar je wilde nog zo graag. Met de dingen die je altijd voor onze dochters regelde bleef je je tot het laatste toe bemoeien. Dan zat er een dochter huilend op je bed en dan vroeg jij of ze die brief van de CZ nou al gehad had. Je wilde nog zo graag hun papa zijn en mijn maatje.

Vanaf vandaag leef jij verder in mijn hart, en kijk jij mee door mijn ogen. Vanaf vandaag zal ik voor twéé mensen van onze kinderen houden, ik zal een moeder én een vader voor ze zijn en later een oma én een opa. Juist nu je er niet meer bent zul je altijd om mij heen zijn, dichterbij dan ooit.

Niet alle muziek van vandaag is door jou gekozen Jan, het nummer van Coldplay komt van mij. Daar staat één regel van op jouw rouwkaart; vrij vertaald: Niemand zei dat het makkelijk was, maar niemand heeft ooit gezegd dat het zó moeilijk zou zijn.


vrijdag 1 februari 2013

dragen

Meteen na het opstaan heb ik mijn tekst voor zaterdag weer geoefend. Hardop in de stille donker kamer, terwijl ik de hand van Jan vasthoud. Dat laatste zal helaas zaterdag niet kunnen.

Ik heb besloten dwars door het verdriet heen te gaan, ik ga niks uit de weg, kijk nu al foto’s, zet soms een stukje muziek aan. Op mijn telefoon heb ik een heel klein filmpje waarop Jan heerlijk zit te lachen. Op dat moment kietelde ik hem onder zijn voeten, maar dat zie je niet. Toen ik gisteravond als laatste hier beneden zat heb ik er naar gekeken. Prachtig.

We zijn vanaf Jan z’n overlijden aan een stuk door in de regelstand. We hebben veel tijd en energie besteed aan alles rondom de crematie, want we willen heel graag dat het een Jan-waardig afscheid wordt.
Maar wat worden we gedragen de afgelopen dagen. We krijgen zoveel lieve kaarten, smsjes, bloemen, en bezoek. En een prachtig stuk in het plaatselijke krantje. Heel mooi om te zien. Geheel in stijl van Jan zeggen we dan uiteindelijk:  Maar ge het er niks aan. Of:  Ge koopt er niks vor.  Waarmee we bedoelen dat Jan er niet door terugkomt.  En dat is natuurlijk zo, Jan komt niet terug, maar afgezien daarvan hebben we er zeker wel iets aan, we voelen ons gedragen. Mensen dragen een heel klein stukje verdriet voor ons mee.
2 mensen zijn ons in het bijzonder tot steun nu; Pim, die alle foto’s en muziek heeft gecombineerd en nu uitprobeert, en nog eens test en nog eens. Zelfs tot in het crematorium. Dat hadden we zelf in deze dagen nooit zo voor elkaar gekregen. En Willemien.    Willemien gaat de afscheidsdienst begeleiden. Ze heeft daar al met Jan en mij samen over gesproken en nu is ze daar al de hele week mee bezig. En ze doet dat met zoveel hartelijkheid, zoveel ervaring en vooral zoveel rust dat wij er alle vertrouwen in hebben dat zij er ons zaterdag helemaal doorheen gaat loodsen.

Natuurlijk trad de wet van Murphy ook onmiddellijk weer in werking, zo gaat dat bij ons.
Het toetsenbord van de computer stopte er mee en ik kon 2 dagen alleen met de muis en het schermtoetsenbord typen. Dan valt er weinig te bloggen, terwijl er wel heel veel te vertellen is. En daarna stopte de vaatwasser ook maar. Ik heb meteen de telefoon gepakt en een nieuwe besteld. (ik heb wel even de situatie uitgelegd; dat als die monteur vanmiddag komt en hij zegt: dag meneer van Wanrooij , hij maar niet moet verwachten dat die iets terug gaat zeggen.) Ik gok nu op de wasmachine of de tv.

Er zit deze week wel een rem op mijn tranen merk ik, ze komen wel, maar de sluizen gaan zelden vol open. Er is geen tijd en ruimte voor. Ondanks alle plannen die al lang in de kast lagen voor zaterdag moeten we toch nog veel bedenken en beslissen. En we krijgen veel bezoek. Gisteren ging om 9.00 uur de deur voor het eerst open en na het laatste bezoek van 21.30 uur weer dicht. We zijn erg blij dat we vandaag een redelijk rustige dag hebben, dat we daar afgelopen zondag in onze planning al rekening mee gehouden hebben. Eigenlijk was er afgezien van het kapotte toetsenbord toch al geen tijd om te bloggen dus, en mijn concentratie is onder het nulpunt gezakt. Maar in de komende periode zullen er vast steeds weer flarden naar boven komen, en wie weet schrijf ik ze nog op.

Terwijl alle drukte samen met alle emoties over ons heel rollen staat Jan hier in de kamer. Hij straalt rust uit, iets te veel naar mijn zin. Ik heb al zo vaak gezegd dat hij er maar eens vanaf moet komen omdat het nu wel lang genoeg geduurd heeft. Maar ja, eigenwijs hé.






zaterdag 26 januari 2013

ons verdriet is te groot voor woorden


Jan van Wanrooij


02-03-1957                      26-01-2013











Mijn lieve dappere sterke Jan.
Gisteravond is hij aan zijn doodsstrijd begonnen maar hij kan het leven nog maar niet loslaten.
Gelukkig is hij in diepe slaap en hij is zich niet meer bewust van wat er zich op en om zijn bed afspeelt. Wat zou hij schrikken. Want het klinkt heel mooi en heel rustig, in slaap gebracht worden om te sterven. Maar dat is het voor de omstanders zeker niet. Al onze zintuigen worden meegenomen in Jan z’n doodsstrijd.
Voor mijn gevoel zijn er sinds gisterenavond wel 100 hulpverleners binnen geweest. Gelukkig is er na veel heen en weer gebel eindelijk iemand geregeld die er nu is en de hele nacht bij ons zal blijven om ons bij te staan. Want Nienke en Annelijn hebben vannacht weinig en ik nog minder geslapen.
En wie weet hoe lang Jan het nog gaat volhouden. Zijn hart blijft maar doorkloppen, dat zwakke hart waar hij al zo vaak problemen door had, en waardoor hij niet meer voor een transplantatie in aanmerking kwam.
We hopen dat het niet lang meer duurt.

vrijdag 25 januari 2013

slaap

Jan slaapt.
Hij wordt met dormicum in slaap gehouden en hij zal zeer waarschijnlijk niet meer wakker worden. De verwachting is dat hij binnen enkele dagen zal overlijden.

Gisterenmiddag werd het hem allemaal te veel, de paniek sloeg toe, waarschijnlijk door het delier waar hij in terecht was gekomen. (door de opeenhoping van afvalstoffen werken de hersens niet meer zoals het moet) Eind van de middag kwam de huisarts en Jan heeft haar te kennen gegeven dat hij wilde slapen en niet meer wakker worden.
Omdat ze hem nog een kans wilde geven op dit besluit terug te komen heeft Jan gisteren dormicum via een spuit gehad. De bedoeling was dat hij daar nog wakker van zou worden  en vanmorgen  met de dokter zou overleggen hoe nu verder. Maar dat gebeurde niet. Daarom is de dokter vanmiddag weer geweest, en toen reageerde Jan wel een beetje. Even daarvoor had hij nog gezwaaid naar zijn zus die afscheid kwam nemen. En hij zei hoi tegen de verpleegster van de thuiszorg.
Een aai over mijn arm, een knipoog voor een dochter. Daar moesten we het gisteren al mee doen. Hij is gewoon op. En hij heeft ons nog even toegesproken: niet huilen zei hij tegen mij, niet zo hard huilen tegen een dochter en niet zo veel praten tegen de andere.

Jan kon eigenlijk alleen nog maar fluisteren, hardop praten kostte hem teveel energie. En wij fluisteren ook al een aantal dagen alleen maar, om zoveel mogelijk rust om hem heen te creëren. Een schoonzoon kreeg nog een glimlach op zijn gezicht door heel droog aan Jan te vragen: Mag jij ook alleen maar zachtjes praten??
Gisterenmorgen nam hij nog zelf de regie in handen, toen ik een gesprek aanknoopte met de verpleegster die hem kwam verzorgen zei hij: niet praten… wassen! Het kostte hem allemaal veel te veel energie.
Nu heeft hij uiteindelijk zelf de beslissing genomen om te gaan slapen, met moeite kon hij knikken toen de dokter hem wat vragen stelde. We hebben hem vastgehouden, lieve dingen gezegd en hem gekust terwijl het slaapmiddel zijn werk deed. We zijn blij dat Jan nu zijn rust heeft, dat hij nergens last van heeft. En we zijn verdrietig.
Vanavond wordt er een tweede pomp aangesloten die voor continue toediening van het slaapmiddel zorgt. Inmiddels is ook de morfine verhoogd. Het is hier een komen en gaan van witte jassen, we hebben in die paar dagen al zoveel verschillende gezichten gezien.
Maar gelukkig is daar steeds weer tussendoor ook onze huisarts, ook in de avond. Ze is super.


dinsdag 22 januari 2013

alles is liefde

Een paar jaar geleden zat ik met Jan in de bioscoop Alles Is Liefde te kijken.
Terwijl wij daar in die bioscoop zaten overleed de vader van twee kleine mannekes van het kinderdagverblijf in het ziekenhuis. Pas een paar dagen daarvoor had hij te horen gekregen dat hij kanker had, ongeneeslijk. Binnen een paar dagen was hij dood.
Ik heb daarna altijd aan hem moeten denken als ik dat nummer van Blöf hoorde.

Jan heeft nu drie 24uurs verpleegsters rondom zijn bed, de meiden zijn vanaf het weekend niet meer weg geweest. En dat is heel fijn. Hun maatjes hebben voor hen kleding en spullen opgehaald en hier gebracht, zodat ze niet meer weg hoeven. Ze zijn super, alle vier. De ene schoonzoon nam zelfs een middag vrij om op en neer naar Utrecht te rijden en de andere reed naar de Tilburgse thuiszorgwinkel en veegde ook nog even gauw mijn oprit sneeuwvrij. De mannen gaan gewoon naar hun werk en komen af en toe hier, we kunnen moeilijk met z’n allen hier op de bank gaan zitten.
Nienke en Annelijn doen alles voor ons, boodschappen, koken, de was, stofzuigen, naar de apotheek, telefoontjes plegen om dingen te regelen. Hun standaardzin is: ga jij maar naast papa zitten mam, dat doen wij wel.
Heel veel mensen bieden ons aan om te helpen, maar ze krijgen geen kans, die twee meiden doen gewoon alles zelf, met liefde.

Het was vandaag een hectische dag, de huisarts kwam en we hebben met haar het hele assortiment medicijnen weer eens doorgenomen. Er komt een moment dat Jan niet meer goed kan slikken en daarom is er zovast een morfinepomp geregeld, zodat dat automatisch toegediend wordt. De medicijnen voor Jan z’n hart geven we nog zolang dat mogelijk is, als hij geen tabletten meer kan innemen houdt dat gewoon op. Voor die pomp moesten er ook wat telefoontjes gepleegd worden en er kwam iemand van een speciaal thuiszorgteam. Ze sloot de boel aan, gaf de nodige uitleg, en schaamde zich kapot omdat ze vanwege de inspectie een stapel formulieren moest invullen, wat bijna net zo lang duurde als het installeren van die pomp zelf. We moesten ook nog wel even lachen, want ze had een geweldige ringtoon: ineens klonk er uit de zak van haar verpleegstersjas:  Zuster???  Zuster???  
Toen ze bijna vertrok vroeg ze of we nog vragen hadden, komt er vanuit dat bed een stem: nee hoor. Wij dachten dat hij de hele middag al sliep, maar meneer bleek ook maar eens goed meegeluisterd te hebben. Terwijl er toch ook heel veel langs hem heen gaat. (Zondagavond doet hij z’n ogen open, kijkt eens rond en zegt tegen de meiden die er zo ongeveer de hele dag al zijn: Hé, zijn jullie er ook….)
De meiden zijn vandaag naar de apotheek gewandeld, zodat ze ook nog even lekker buiten waren. Ze hebben ook geregeld dat er nog wat meer hulpmiddelen van de thuiszorg gekomen zijn, en een behulpzame medewerkster kwam de boel zelf brengen en uitleg geven. Bij ieder nieuw medicijn, hulpmiddel of  handeling luisteren en kijken de meiden met mij mee naar de uitleg, dat is fijn, want het wordt alleen maar meer en de medicijnen veranderen per dag. Zes oren horen meer dan twee. (plus twee onder het dekbed)

Intussen gaat de telefoon regelmatig en we proberen die zo snel mogelijk op te nemen en naar de gang te gaan. We proberen voor Jan zoveel mogelijk rust te creëren, de zonwering is dicht, de tv gaat niet aan en  wij fluisteren de hele dag. Vandaar dat het bezoek sterk beperkt is. We laten bijna niemand meer toe. Jan heeft heel veel moeite met praten en slaapt bijna alleen nog maar. Zijn voedselvoorraad van vandaag bestond uit welgeteld twee druiven. Drinken doet hij minimaal. Hij hoeft niet meer en heeft er ook geen energie meer voor.
En bovendien gaat de deurbel toch al vaak genoeg. Vanaf vandaag komt er iedere dag een van onze twee huisartsen, een medewerkster van de thuiszorg én een van het speciale team om de morfinepomp te controleren.
We krijgen lieve kaarten, mailtjes, en smsjes. Een deel blijft onbeantwoord. Onze prioriteiten liggen bij Jan en het hele medische circus dat om hem heen draait.

Alles is liefde, en we hopen dat Jan dat nog meekrijgt.

zondag 20 januari 2013

donker

Terwijl buiten de sneeuw naar beneden dwarrelt en alles weer opnieuw mooi wit wordt, wordt het hier binnen steeds donkerder. De afvalstoffen die zich nu ophopen in Jan z’n lichaam doen hun verwoestende werk vooral in zijn hersenen.
Jan is steeds vaker angstig en in de war, hij weet goed wie we zijn, waar we zijn en wat zijn situatie is, maar met name over medicijnen kan hij blijven malen. Hij weet dat hij zich wat beter voelt als hij haldol op heeft en ik moet dus heel vaak uitleggen hoeveel hij al gehad heeft, wat de maximale dagdosis is en hoeveel hij dus nog krijgt. Die dagdosis is al verdubbeld vandaag, want ik had vanmorgen al naar de huisartsenpost gebeld. Gisteren had ik op eigen initiatief al de dosis verhoogd, maar ik durf dat niet onbeperkt te doen. Morgen bel ik meteen weer onze eigen huisarts, in haar hebben wij allebei het meeste vertrouwen.

Wat nog het beste werkt is een slaappil, die krijgt Jan ’s avonds en dan slaapt hij 12 uur aan een stuk, en dan heeft hij nergens last van.
Als hij wakker is wil hij ook precies weten wie er komt en wanneer. Het bezoek van vanmiddag is afgezegd omdat Jan dat graag wilde. Dat vind ik wel vervelend, maar als het hem rust geeft doe ik dat wel.
Het is heftig voor ons om die angst en verwarring van Jan z’n gezicht af te lezen. Die blik in zijn ogen ga ik vast niet meer vergeten. We willen hem dan zo graag helpen, maar kunnen zo weinig voor hem doen. Ik vertel hem steeds dat ik bij hem ben en dat ik nergens heen ga. Gisteren zei ik nog dat ik wel even wilde gaan wandelen als er een dochter bij Jan bleef, maar meteen was daar de paniek in zijn ogen, dus ik heb onmiddellijk gezegd dat ik nergens meer heen ga, dat ik altijd in de buurt zal zijn.

Jan lijdt geen pijn, gelukkig, maar hij lijdt wel. Het lijkt wel alsof het zo bedoeld is aan het eind van het leven, als het zo zwaar wordt dan kan er de eerste dagen na het overlijden vooral opluchting zijn dat iemand niet meer hoeft te lijden. Die opluchting verzacht de pijn en het verdriet in eerste instantie misschien wel. Wij hopen dat het niet lang meer duurt voor Jan z’n ogen sluit en nooit meer open doet, we hopen dat voor hem. Niet voor ons.

We krijgen lieve berichtjes, kaarten en soms een cadeautje. Het kinderdagverblijf waar ik werk heet Bruintje Beer en we kregen deze week een cake in de vorm van een beer, gemaakt en gebracht door lieve meelevende mensen. Hij was heerlijk, Jan heeft er ook nog een ministukje van op.

Onze meiden zijn super, ze doen wat ze kunnen, zijn veel hier en helpen met vanalles. En dan gaat er soms een knalblauwe pluizige badmat bij in de was, of er wordt bij de AH een twee-halen-een-betalen-produkt gehaald en alleen die ene betaalde meegebracht. Maar er wordt ook goed op ons gepast en voor ons gezorgd. En er wordt goed meegedacht over de medicijnen  enzo en zonodig blijven ze hier ook slapen. Ook zij geven mij en hun vader alle liefde van de hele wereld. Wat wil je nog meer?