Terwijl buiten de sneeuw naar beneden dwarrelt en alles weer opnieuw mooi wit wordt, wordt het hier binnen steeds donkerder. De afvalstoffen die zich nu ophopen in Jan z’n lichaam doen hun verwoestende werk vooral in zijn hersenen.
Jan is steeds vaker angstig en in de war, hij weet goed wie we zijn, waar we zijn en wat zijn situatie is, maar met name over medicijnen kan hij blijven malen. Hij weet dat hij zich wat beter voelt als hij haldol op heeft en ik moet dus heel vaak uitleggen hoeveel hij al gehad heeft, wat de maximale dagdosis is en hoeveel hij dus nog krijgt. Die dagdosis is al verdubbeld vandaag, want ik had vanmorgen al naar de huisartsenpost gebeld. Gisteren had ik op eigen initiatief al de dosis verhoogd, maar ik durf dat niet onbeperkt te doen. Morgen bel ik meteen weer onze eigen huisarts, in haar hebben wij allebei het meeste vertrouwen.
Wat nog het beste werkt is een slaappil, die krijgt Jan ’s avonds en dan slaapt hij 12 uur aan een stuk, en dan heeft hij nergens last van.
Als hij wakker is wil hij ook precies weten wie er komt en wanneer. Het bezoek van vanmiddag is afgezegd omdat Jan dat graag wilde. Dat vind ik wel vervelend, maar als het hem rust geeft doe ik dat wel.
Het is heftig voor ons om die angst en verwarring van Jan z’n gezicht af te lezen. Die blik in zijn ogen ga ik vast niet meer vergeten. We willen hem dan zo graag helpen, maar kunnen zo weinig voor hem doen. Ik vertel hem steeds dat ik bij hem ben en dat ik nergens heen ga. Gisteren zei ik nog dat ik wel even wilde gaan wandelen als er een dochter bij Jan bleef, maar meteen was daar de paniek in zijn ogen, dus ik heb onmiddellijk gezegd dat ik nergens meer heen ga, dat ik altijd in de buurt zal zijn.
Jan lijdt geen pijn, gelukkig, maar hij lijdt wel. Het lijkt wel alsof het zo bedoeld is aan het eind van het leven, als het zo zwaar wordt dan kan er de eerste dagen na het overlijden vooral opluchting zijn dat iemand niet meer hoeft te lijden. Die opluchting verzacht de pijn en het verdriet in eerste instantie misschien wel. Wij hopen dat het niet lang meer duurt voor Jan z’n ogen sluit en nooit meer open doet, we hopen dat voor hem. Niet voor ons.
We krijgen lieve berichtjes, kaarten en soms een cadeautje. Het kinderdagverblijf waar ik werk heet Bruintje Beer en we kregen deze week een cake in de vorm van een beer, gemaakt en gebracht door lieve meelevende mensen. Hij was heerlijk, Jan heeft er ook nog een ministukje van op.
Onze meiden zijn super, ze doen wat ze kunnen, zijn veel hier en helpen met vanalles. En dan gaat er soms een knalblauwe pluizige badmat bij in de was, of er wordt bij de AH een twee-halen-een-betalen-produkt gehaald en alleen die ene betaalde meegebracht. Maar er wordt ook goed op ons gepast en voor ons gezorgd. En er wordt goed meegedacht over de medicijnen enzo en zonodig blijven ze hier ook slapen. Ook zij geven mij en hun vader alle liefde van de hele wereld. Wat wil je nog meer?