dinsdag 10 december 2013

wat een rotmaand...


Lang heb ik hier tegenaan zitten hikken; december. Vandaag is het pas de tiende en ik ben het al spuugzat. Die confrontatie iedere keer is zo groot! En er zijn zoveel herinneringen. Natuurlijk mooie aan Sinterklaas- en Kerstfeesten van vroeger. Maar alle narigheid van de afgelopen jaren komt in deze periode extra hard op me af. 3 jaar geleden, toen Jan nog op de transplantatiewachttlijst stond, lag hij in het ziekenhuis voor het resetten van zijn insuline. Daar kreeg hij gratis een infectie bij cadeau waarvoor hij ’s nachts per ambulance naar een ander ziekenhuis werd gebracht. Dat was geloof ik zijn eerste ambulanceritje. We hadden toen nog geen flauw idee hoe veel van dit soort ritjes nog zouden volgen. Pas op Kerstavond mocht hij naar huis.

 
Een jaar geleden probeerden we rond deze tijd nog een beetje Sinterklaas te vieren. Jan had al een bed in de kamer waar hij het grootste deel van de dag in lag. En nog probeerde hij grapjes te maken, met het papier van een van zijn cadeautjes maakte hij een mutsje.
De dvd die er in zat heeft hij nooit meer gezien, die duurde veel te lang voor hem, zo lang achter elkaar kon hij niet meer wakker blijven.

In die tijd had ik het zo druk met overleven en zorgen voor hem en was er zoveel spanning en stress in huis dat er in mijn hoofd nauwelijks ruimte was om te zien hoe zwaar Jan geleden heeft. Dat besef ik nu pas.
En ik zie het als ik foto’s van die periode terugkijk. Zo ziek, zo zwak. Zoveel geleden, alleen al door het besef van wat hij achter moest laten, wat hij niet meer mee mocht maken.

 
Straks vieren we Kerst zonder Jan, we deden zelfs nog een kleine poging tot Sinterklaas vieren. En nergens staat hoe we dit kunnen doen, niemand vertelt ons hoe we hier doorheen komen. Overslaan is geen optie, het valt niet te negeren. Overal om ons heen begint de kerstversiering voor de dag te komen. Bovendien wil ik het ook niet overslaan, ik mag het nog meemaken, Jan niet.
Een winterslaap is wat ik graag zou willen, maar ook die zou niet eens helpen.

En nog steeds komen er nare dingen op ons pad, of eigenlijk dat van de meiden, en ik merk daaraan hoe onstabiel ik nog ben, ik kan me er heel druk over maken. Ik wil zo graag dat het goed met ze gaat. Er wordt ingebroken bij een dochter. De andere moet zich vanwege haar darmproblemen aan een heel streng dieet gaan houden. Geen gluten, geen lactose (melkproducten), geen peulvruchten. Voor een vegetariër blijft er dan weinig over. Ze doen er allebei naar mij toe niet moeilijk over, het leven heeft ze al lang geleerd dat er ergere dingen zijn. Maar het doet wel pijn. Het mag ze nu ook wel weer eens een poosje méézitten.

Er komen ook mooie dingen op mijn pad, iemand heeft een prachtig logo gemaakt voor ons team Voor Jan en Alleman. Iemand anders gaat daar weer een mooie flyer van maken. En er stond iemand met een enorme pan hachee op mijn stoep. En we hébben Sinterklaas gevierd en het was gezellig. Maar o, wat een rotmaand. Het kost zoveel moeite, zoveel energie om het een beetje leuk te hebben, niks is meer vanzelfsprekend.

Eigenlijk heb ik nooit veel foto’s van een zieke Jan gepubliceerd, dat vond ik niet zo nodig. Ik zet er nu toch een bij: Jan viert Sinterklaas met ons, de laatste keer en dat wisten we allemaal, december 2012 dus. Zo ziek, zo dapper, zo oneerlijk.

donderdag 28 november 2013

SamenLoop


Ik was bij mijn psycholoog. Aan het einde van het gesprek vroeg ze of ik een nieuwe afspraak wilde maken, en haar agenda viel open op 26 januari….

Dinsdag was het 10 maanden geleden dat Jan overleden is. En, ook dinsdag, over precies 200 dagen doen we mee aan de SamenLoop voor Hoop.
Daarom wilde ik dinsdag heel graag onze Facebookpagina de lucht in hebben en een lieve dochter heeft me daarmee geholpen. Je vindt hem onder de volgende link: www.facebook.com/SamenLoopVoorHoopVoorJanEnAlleman.
Als je niet weet wat een SamenLoop voor Hoop is, of je bent geinteresseerd in ons team, dan moet je maar eens kijken. We vinden het fijn als je onze pagina liked, super als je hem deelt en we vergeten je nooit meer als je een stukje met ons meeloopt. (of iets anders doet om ons team te versterken/ondersteunen).

 
Vandaag is Tiny geweest, onze vorige buurman. Hij gaat een mooi logo voor ons maken en iets om de Facebookpagina mooier te maken. Want het is nu allemaal nog een beetje kaal.
Ik heb me natuurlijk wel afgevraagd of we dit wel moeten doen en waarom we dit doen. Het antwoord is simpel: Ja! Dit moeten we doen. Voor Jan, voor alleman, maar ook gewoon voor onszelf. Dit vinden wij een mooie manier om ons verdriet om te zetten in positieve activiteiten. We kunnen in een hoekje van de bank blijven zitten huilen, en dat gebeurt ook regelmatig, maar we kunnen ook iets gaan doen.
Iets waarbij ook andere mensen betrokken worden. Iets waarbij Jan z’n naam genoemd wordt. En iets waarbij aandacht uitgaat naar het KWF, voor al die andere mensen die het zwaar hebben.
 

“Vanaf nu leef jij verder in mij, kijk jij mee door mijn ogen, vanaf nu ben je dichterbij dan ooit”.
Deze woorden sprak ik bij het afscheid van Jan, ik had ze ook maar weer van iemand geleend. Maar ik besef de waarheid achter deze woorden steeds beter.
Ook bij het organiseren van ons SamenLoopTeam dat niet voor niks de naam Voor Jan en Alleman heeft gekregen.   Daar moet nu soms wat voor geregeld worden. Af en toe is er een mannetje nodig. Dat was altijd een mooie taak voor Jan. Nu doe ik het zelf. Met hulp van mijn dochters natuurlijk, maar gelukkig hadden die het organisatietalent van hun vader al.

 
De SamenLoop is ons op het lijf geschreven, Alpe d’Huzes voor kneuzen, zo noem ik het ook wel eens oneerbiedig. Of Mont Ventoux met zijwieltjes. Als je niet die berg op kunt fietsen of lopen, als je geen sportieveling bent, dan kun je toch best meedoen aan een groot evenement voor het KWF en op die manier een steentje bijdragen. (en een stukje verdriet meedragen)
Want helaas kan Jan en alleman door kanker getroffen worden.
En iedereen verdient een morgen.

zondag 24 november 2013

Plannen


 

 
Augustus 2013, bij een yogales beginnen we met een visualisatie-oefening. Ogen dicht en stel je voor dat je op een mooi plekje bent. Binnen 5 minuten loop ik huilend de zaal uit omdat ik alleen maar mooie plekjes met Jan erbij op mijn netvlies krijg.
November 2013, bij een gespreksgroep beginnen we weer met een visualisatie-oefening: Ogen dicht en stel je voor dat je op een mooi eiland loopt. Het verhaal gaat nog even verder en ik zit daar, redelijk ontspannen met mijn ogen dicht te denken aan dat mooie eiland en wat daar gebeurt.
Pas twee dagen later dringt het tot me door dat ik tijdens die oefening niet aan Jan heb gedacht.

 
Ik ben hem niet vergeten hoor, hij is 24 uur per dag in mijn hoofd, alleen heel af en toe dus blijkbaar niet. De zeldzame keren dat ik mijn dromen kan onthouden speelt hij altijd een prominente rol. En bij ontelbare gebeurtenissen is mijn eerste gedachte: Als Jan er nog geweest was….

 
Er wordt ingebroken bij een dochter, de rotzakken slaan een goede slag. Gelukkig was er niemand thuis! Ze vertelt het me pas een dag later. Het eerste wat ik denk is: als Jan er nog geweest was had ze vast meteen gebeld. Ooit sloeg er een idioot een autoruit in van andere dochter. Ze belde haar vader en die stapte meteen in de auto om haar te gaan helpen.

In dit soort situaties merk ik goed hoe onstabiel we nog maar zijn, snel uit het veld geslagen. De veerkracht is met Jan vertrokken.

Vorige week zijn we een weekendje weg geweest, onze dochters en ik. Met z’n drieën en Jan in ons hart een weekendje Amsterdam. Het was geweldig! Hier merken we dan weer wel verbetering, het genieten met/zonder Jan lukt al een heel klein beetje beter. Maar wat hadden we hem er graag bijgehad!        Op zondag zaten we in de tram. Met een ruk staat hij ineens stil en de chauffeur stapt uit, we schrikken ons rot, er zal toch niemand voor liggen…  Ook dan merk ik dat ik nog niet ben wie ik was. Dan was ik naar voren gestapt om te kijken of ik kon helpen, nu blijf ik geschrokken zitten, zwaar opgelucht dat het alleen maar een foute wissel blijkt te zijn.

 
Mijn kipjes proberen mij op te vrolijken en dat is goed gelukt deze week: twéé eitjes, het allereerste is twee centimeter. Zo klein dat het een grote glimlach op mijn gezicht tovert; prachtig!

 


Ik probeer zoveel mogelijk leuke plannen in het vooruitzicht te hebben. Dat helpt. Maar het voorkomt niet dat er veel teruggekeken wordt, steeds meer lijkt het wel. Vorig jaar om deze tijd….
Mijn blog lees ik terug, maar in mijn hoofd zitten ook nog genoeg herinneringen aan de nare tijd van een jaar geleden. (en de jaren daarvoor) Een steeds zieker wordende Jan, die steeds meer slaapt en steeds minder eet. En zo enorm zijn best doet. Een bed in de kamer, een nare bult onder z’n oksel, steeds vaker de huisarts.
Ik krijg het niet weg, die film in mijn hoofd.

Plannen maken. Dat helpt. Een klein beetje dan toch. Een mooi plan voor over 202 dagen en 15 uur. En een mooi plan voor de zomervakantie.

 

dinsdag 12 november 2013

Mmwwahh


Waarom snap ik het nu pas? Hoe heb ik kunnen denken dat het goed ging met mijn moeder omdat ik haar niet meer zag huilen?
Ik denk dat mijn vader al wel 20 jaar dood was, we vierden Sinterklaasfeest met alle kinderen en kleinkinderen, met alles erop en er aan. Toen mijn moeder haar surprise kreeg en haar gedicht voorlas begon ze te huilen. Ik snapte er niets van, zo emotioneel was dat gedicht helemaal niet. Werd mijn moeder gewoon oud, raakte ze een beetje van het padje af? Nu snap ik het wél; wat had ze graag gezien dat mijn vader erbij kon zijn, of anders toch in ieder geval van bovenaf mee kon kijken naar al die kleinkinderen die hij nooit had gekend. Ik snap het nu ineens, want ik hoor nu ook bij dát deel van de mensheid.

                                       
Ben ik aan het verwerken? Of word ik steeds beter in het verbergen. Wordt de pijn anders? Of kan ik het beter negeren? Ik heb geen idee. Het verdriet wordt in ieder geval niet minder.
Ik kom thuis na een lange dag werken, op het moment dat ik de voordeur opendoe denk ik een lekkere lucht te ruiken. Een fractie van een seconde is het maar. Mmmm, Jan kookt voor me. Dan weet ik het meteen weer hoor, ik ben niet seniel aan het worden. Jan kookt helemaal niet voor mij, nooit meer. Maar de pijn aan die herinnering is even heel heftig. Toen Jan er nog was kwam ik thuis na een lange werkdag en dan stond hij in de keuken, met een schort voor. En ik hoefde alleen maar aan te schuiven.

 
Iemand vroeg me: “Hoe is het?”  “Mmwwah”, zei ik om mezelf wat bedenktijd te geven. Ik kreeg de kans niet om meer te zeggen. “O, maar je bent er nog, en je ziet er goed uit hoor!” Einde gesprek.
Ik hoor het vaker, maar ik heb geen idee wat ik er mee moet. Zouden ze denken dat de buitenkant iets zegt over de binnenkant? Zouden ze die paarse kringen niet zien die zo goed kleuren bij mijn bril?
Loes (zusje van Guusje) leerde daar een mooie omschrijving voor bij haar rouwtherapeute: Mijn mond lacht, maar mijn buik huilt.

 
Verdriet schuift je in een eenzame positie. We praten nog wel soms over Jan, wij noemen zeker vaak zijn naam. Maar de ellende die we beleefd hebben in de jaren voor zijn dood blijft in onze hoofden. Zeker de laatste 2 weken, en over de laatste 2 dagen wordt helemaal al gezwegen. Onbespreekbaar, te moeilijk, te belastend ook voor anderen.

 
Toch wil ik hier nog steeds niet de indruk wekken dat ik een zielige sukkelaar ben. Ik doe enorm mijn best. Ploeter me door het leven en blijf hopen dat het weer leuker wordt. En het ís soms ook gewoon leuk. Aanstaand weekend bijvoorbeeld, Amsterdam, in ieder geval Rijksmuseum. Ik heb er zin in!
Net als toen Jan ziek was, is dit het enige wat helpt: leuke dingen doen, leuke vooruitzichten hebben. (zoals over 214 dagen.....)

En blijven hopen dat het beter wordt….

 

maandag 4 november 2013

Boeken


Mijn vorige blogje is al weer even geleden. Er gebeurt genoeg om over te schrijven, maar ik krijg het vaak niet goed op een rijtje, mijn hoofd maakt er geen begrijpelijk verhaal van. Of ik heb geen energie, geen zin, geen tijd en dan zijn we zo een paar weken verder.

 Ik was een paar mooie dagen in Duitsland met mijn zus, het meest bijzondere daarvan was dat ik de laatste avond even alleen een stukje wandelde en toen bij een brug kwam waar allemaal zgn. liefdesslotjes aanhingen. In ieder land zijn er vast wel van die plekjes waar geliefden samen een slotje met hun namen erop aan een brug hangen. Het sleuteltje schijnt dan in het water gegooid te moeten worden. Er hingen honderden slotjes dus het was even zoeken, ik zag er al snel een met Jan erop, maar niet de goede  naam er bij. Aan het andere eind van de brug viel mijn oog op een oud, slordig geschilderd slotje:


 Het hing er vast al dertig jaar...              

Thuiskomen was een vreemde ervaring, ik kom tegenwoordig zo vaak in een stil huis maar het raakte me deze keer behoorlijk dat er niemand mij opwachtte met een kopje thee en de opmerking dat het zo goed van me was dat ik alles zelf gereden had. Het was helemaal niet zo ver hoor, maar tijdens onze buitenlandse vakanties vroeger reed Jan bijna altijd. Hij vond autorijden leuk, ik niet. Ik was van de catering, ik genoot van het landschap en op de lange stukken gaf ik Jan soms een nekmassage. Nog langer geleden was ik ook van de spelletjes met de achterbankdames, aangeven van poetsdoekjes, sussen van ruzietjes en uitleggen hoe lang en hoe ver het nog was. Bij thuiskomst konden we de ervaringen delen, nu viel er even niks te delen. Ik kom niet thuis in een leeg huis, zoals veel mensen vaak zeggen, overal hangt “Jan” in huis, maar wel in een stil huis. En dat valt soms zwaar.

 
Ik lees nog steeds eigenlijk alleen maar boeken die met rouw en verlies te maken hebben, het zijn er inmiddels al heel wat ook al ligt mijn leestempo nog steeds heel laag en groeit de stapel “nog te lezen” met de week. Ieder boek, hoe verschillend de situatie ook is, levert zóveel herkenning op. Nu lees ik in “Het boek Job”, ik citeer een stukje: “Ik sta stil. De wereld gaat aan mij voorbij. De meeste mensen om mij heen zijn weer naar hun eigen bestaan teruggekeerd, in een wereld die voor mij voor altijd veranderd is. Zo voelt het nu in ieder geval. Een wereld die anders klinkt, anders ruikt, en die zelfs een andere kleur gekregen heeft. Alsof ik het leven weer opnieuw moet leren en niets meer vanzelfsprekend is.” Zo voelt het dus.

Sinds gisteren is er weer een boek bijgekomen, maar dat gaat niet op de stapel, dit boek krijgt voorrang. Gisteren presenteerde Lowie van Gorp zijn tweede boek: “We houden je vast”, over het eerste jaar na het overlijden van zijn dochter Guusje. Ik ben al op de helft. Het was een mooie avond met interessante sprekers. Lowie sprak uiteraard zelf ook en hij raakte mij en mijn meiden enorm door Jan z’n naam te noemen. Ook in het boek komen we een paar keer voor, dus zogauw we een exemplaar in handen hadden ging een dochter er naar op zoek. O, dat moet je misschien thuis maar lezen, zei ze. Maar ik was natuurlijk eigenwijs. Ook hiermee werd ik geraakt, Lowie citeert bijna letterlijk dingen die ik over Jan zei tijdens zijn afscheidsdienst. Het is voor ons altijd fijn als Jan zijn naam genoemd wordt, als dat dan ook nog eens op zo’n speciale manier gebeurt dan vinden we dat heel mooi.

Ik hoorde gisteren een goed voorbeeld van onhandige dingen die mensen kunnen zeggen tegen iemand die rouwt.  Er werd aan een vrouw gevraagd of ze er nu zo onderhand al een beetje overheen was. Ze gaf een geniaal antwoord: Hij is nog steeds dood hoor.

 
Hieronder zet ik alle boeken die ik de afgelopen periode las op een rijtje, het zijn bijna allemaal makkelijk leesbare boeken van ervaringsdeskundigen. Misschien heeft iemand er iets aan.           

 
Tranen van liefde    Tim Overdiek   Over een man die met 2 jonge kinderen achterblijft nadat zijn vrouw verongelukte.
De weduwen van 11 september   Patricia Carrington   Vier weduwen van slachtoffers van de Twin Towers ontmoeten elkaar en worden een hecht clubje. (Ik wou dat ik zo’n clubje had)
Verder zonder jou   Daan Westerink   Interviews met jongeren die een overleden ouder, broer of zus hebben.
Voor ik dood ga   Jenny Downham   Fictief verhaal over een meisje dat terminaal ziek is en nog tien dingen wil doen voor het zover is.
Vingerafdruk van verdriet   Manu Keirse   Hij omschrijft hoe iedereen zijn eigen persoonlijke rouwproces heeft, en dat daar geen standaard voor is.
Stil verdriet   Manu Keirse   Troostende teksten over afscheid nemen.
Ik maak je een graf van letters   Cri Stellweg   Over haar ervaringen na de dood van haar man.
Vaders voor mijn dochters   Bruce Feiler   Een terminaal zieke man zoekt in zijn laatste levensfase voor zijn 2 dochtertjes 6 mannen die een deel van de vaderrol op zich zullen nemen als hij er niet meer is.
Logboek van een onbarmhartig jaar   Connie Palmen   Over de dood van haar man Hans van Mierlo.
Je mag me altijd bellen   Karin Kuiper   De weduwe van de schrijver Karel Glastra van Loon schrijft over de eerste 1001 dagen na zijn dood.
Het boek Job   Roek Lips   Zijn zoon verdrinkt in zee tijdens een vakantie in Spanje.
1000 vragen heb ik over de dood   Cornald Maas   Gesprekken met nabestaanden over het verlies van dierbaren.
En natuurlijk KanjerGuusje   en   We houden je vast   Lowie van Gorp   Over de periode waarin zijn dochter Guusje ziek is en overlijdt aan de gevolgen van een zeldzame tumor. En over het eerste jaar na haar dood.

 
Ik heb het idee dat ik er nog een paar vergeten ben.  Rouwdementie, ik hoorde het woord vandaag weer ergens.
Over precies 222 dagen gaan we iets moois doen. Daarover later meer.

zaterdag 12 oktober 2013

Dichtbij


 
Soms voelt Jan dichterbij dan anders. Als onze meiden bij mij zijn bijvoorbeeld. Of laatst, toen we bij zijn vrienden op bezoek waren. Gisterenavond voelde dat ook zo. Dichtbij, en toch zó ver weg.

Er was een reünie van de basisschool van Nienke en Annelijn. Een tijdje geleden vroeg iemand mij of ik er ook heen ging, want het was niet alleen voor oudleerlingen, maar ook voor ouders die in de ouderraad hadden gezeten, én er zouden foto’s zijn. Veel foto’s van 25 jaar Den Bussel, met daartussen foto’s waar Jan ook opstond.

Dat laatste gaf voor mij de doorslag, ik ging mee. Toen onze meiden op de basisschool zaten was ik leesmoeder, brigadier, knutselmoeder en jarenlang lid van de oudervereniging. Jan had nog aan de wieg gestaan van Den Bussel, hij was aanwezig geweest bij de oprichtingsvergadering en had als vertegenwoordiger van de ouders in de sollicitatiecommissie gezeten. Dat was in de periode dat onze kinderen nog heel klein waren, we woonden in de Rubensstraat en oriënteerden ons op een basisschool voor onze meiden. En dat zou bij voorkeur geen katholieke school worden. We waren dan ook blij te horen dat er plannen waren om een nieuwe openbare school vlak bij onze straat te starten.

Jan was bij de oprichtingsvergadering, maar ook bij de sollicitatiegesprekken van de eerste directeur. Later ging hij ook in de MR en als er op school een activiteit was waarbij ouderhulp gevraagd werd dan was hij er vaak bij. Dat viel natuurlijk vaak op vrijdag en dan was het toch al papa-dag. Vrij snel nadat onze oudste op school kwam heeft Jan de rol van Kerstman op zich genomen. Ieder jaar weer kwam hij het Kerstfeest een extra accentje geven en dat hadden alle kinderen natuurlijk wel een beetje door. Dus werd er van alle kanten naar Nienke en Annelijn geroepen: ”He, dat is jouw papa”. Dat ontkenden ze natuurlijk altijd, want ze hadden instructies van ons om mee te spelen. Één jaar hadden ze gelijk, toen alle kinderen riepen dat dat de papa van Nienke en Annelijn was lag Jan ziek thuis in bed. Meneer Jan, de directeur, had toen zijn rol overgenomen. Eindelijk riepen Nienke en Annelijn terecht dat het hun papa niet was, maar niemand geloofde ze.

Jan heeft samen met 2 anderen ook ooit een stichting opgericht om sponsorgeld voor Den Bussel binnen te halen en uiteindelijk is hij na zijn politieke carrière lid van het schoolbestuur geworden: Bravoo, het schoolbestuur van alle openbare scholen in de regio. Als er ooit een titel van meest betrokken vader van de school weg te geven zou zijn geweest, dan had Jan deze zeker in ontvangst kunnen nemen.

Dat was te merken gisterenavond. Ik heb zoveel mensen gesproken die met heel veel warmte iets over Jan zeiden, herinneringen ophaalden of aan mij en de meiden vroegen hoe het nu gaat. De directeur en oud-directeur spraken hun waardering over Jan z’n betrokkenheid uit. Ook Robbert Venema, voorzitter van Bravoo, die ook sprak bij Jan z’n afscheidsdienst liep ik tegen het lijf. Daar schrok ik wel een beetje van, hem had ik niet verwacht, de anderen had ik op gerekend. Verder waren er zoveel mensen die Jan gekend hebben en die informeerden hoe het nu met ons gaat.

En dat maakt meteen zo’n situatie heel dubbel, dit was weer echt een avond waar Jan thuis hoorde, waar hij van genoten zou hebben, waar hij z’n grapjes gespuid zou hebben en met z’n armen over elkaar en ondeugende ogen de boel becommentarieerd zou hebben. Het had mij nog steeds geen hartverzakking bezorgd als hij daar ineens vanuit een hoekje van de zaal op ons afgestapt was. Of als hij net als heel vroeger toen hij nog heel soms een biertje dronk had staan flirten met de juf van onze kinderen. Het had me niet verbaasd, Jan hoorde hier thuis. Mijn hoofd weet dat het niet kan, maar mijn hart wil er nog niet aan. Hij voelde zo dichtbij, en tegelijkertijd zó ver weg.  

woensdag 9 oktober 2013

verslapen


Raar woord eigenlijk.   Vanmorgen kwam ik op m’n werk binnen, zegt een collega: “Hé, je hebt je niet verslapen”…..   Helaas gebeurde dat vanmiddag dan weer wel. In mijn lunchpauze rijd ik naar huis, zet de kookwekker (alweer verkeerd) en ga lekker even op de bank liggen.      Rouwen is hard werken, in combinatie met een groep peuters is mijn energie om een uur of een eigenlijk toch al wel ver op. Ik heb besloten om dus maar niet meer naar huis te gaan tussen de middag. Schaam me kapot als ik wéér te laat kom aankachelen. Dan maar moe. Dan maar een kop koffie, wat ik eigenlijk nooit drink.

’t Was sowieso weer pittig op het werk vanmorgen. Het is deze week opa en omaweek, de opa’s en oma’s mogen op ons kinderdagverbliif komen kijken. Afgelopen maandag kwam er al een hele club, maar toen was ik toevallig per ongeluk vrij. Heerlijk dagje Efteling met prachtig weer gehad met onze meiden. Vandaag zou er maar voor één kindje iemand komen, dus dat kon ik best aan, dacht ik. Bleken en toch 7 oma’s en opa’s te komen, onaangekondigd. Ik ben er maar een beetje bij uit de buurt gebleven. De meeste opa’s schijnen tegenwoordig ook nog Jan te moeten heten, dus die vermijd ik graag.

De powerpointpresentatie die gedraaid is bij het afscheid van Jan, die gemaakt was door een neef van mij, was om onduidelijke redenen nooit meer af te spelen. Ik had de muziek en de foto’s, maar ik zag nooit meer het totaalplaatje. Ook niet op de dvd, want daarop zie je de dia’s niet.

Nu heb ik hulp gehad van Victor, die heeft alles opnieuw in elkaar gezet en nu lukt het wel. Super vind ik dat, want ik kende Victor helemaal niet, ik wist alleen maar dat hij Lowie en Yvonne ook heel goed had geholpen met de foto’s en muziek voor Guusje. Dus ik heb hem benaderd en om hulp gevraagd.  En ik ben heel blij met het resultaat!

Op 5 oktober zou mijn vader eigenlijk 90 geworden zijn. Verder dan 57 is hij helaas niet gekomen. Daarna moest mijn moeder nog 25 jaar in haar eentje verder. Toen, 33 jaar geleden dus, spraken we daar nauwelijks over. Nu zou ik dat zo graag nog willen inhalen. Ik had zo graag willen weten hoe zij het ervaren heeft en of zij ook zo moe werd van rouwen.            
    

Het is al 8,5 maanden geleden dat Jan overleden is, en vaak lijkt het toch vorige week. Maar even vaak lijkt het een eeuwigheid geleden. Ik begin nu te begrijpen wat in de boeken staat. Rouwen is niet iets wat in een paar fases verloopt en dan klaar is, zoals lang gedacht werd. Rouwen is een levenslang proces. Het wordt misschien minder scherp ooit, maar de rol die Jan bijna 30 jaar in mijn leven speelde zal de rest van mijn leven blijvend beïnvloeden. Het gat in mijn lijf en in mijn leven zal nooit meer helemaal weggaan.

Het grote verschil met “vroeger” is dat er nu niet meer zo enorm veel stress is, ik zei het pas nog tegen een dochter: ”Er gebeurt niet zo veel spannends meer in ons leven”. We zijn jarenlang gewend geweest van stresssituatie naar stresssituatie te rennen. Eigenlijk is mijn hele leven in alle opzichten zo veel veranderd dat ik nog druk bezig ben met wennen aan deze nieuwe situatie. En daar wordt je moe van.